Zuster Daphne zucht zwaar en laat haar rituele ‘goedemorgen, broeder Job’ achterwege. Ze knikt in de richting van Simone die ijsberend over de gang gaat, het gezicht op onweer. Simone maakt boze gebaren naar bewoners die ze op de gang ontmoet. Die kijken schichtig om zich heen, op zoek naar een zorgverlener die bescherming biedt. ‘Het is weer eens code oranje.’ Het is duidelijk dat Daphnes constatering geen betrekking heeft op het weer op deze stralende ochtend, maar op de gemoedstoestand van Simone. Code oranje gaat in het signaleringsplan van Simone vooraf aan code rood, de fase waarin boze woorden worden gevolgd door boze daden.
Daphne kijkt op haar horloge en constateert dat ik vroeg ben. Dat is juist. Het is tien over half acht, waar ik normaal rond half negen mijn werkdag begin. ‘Ik ben gisteren besteld door hoofdzuster Els om te komen helpen bij de ochtendzorg. Er zouden zieken zijn’, zeg ik naar waarheid. ‘Heel aardig’, vindt Daphne. Om er meteen aan toe te voegen dat ze liever heeft dat ik me over ‘haar’ ontferm. ‘Anders kunnen we deze week weer een nieuw koffiezetapparaat en een nieuwe televisie bestellen.’ Zo gezegd, zo gedaan. Ik loop naar Simone. De start is goed, want ze accepteert mijn handreiking. Ik zet mijn meest de-escalerende stemgeluid op en stel koffie in de tuin voor. We betreden de lift, die zich voor mijn gevoel aan de zomerse omstandigheden heeft aangepast en langzamer dan gebruikelijk afdaalt. ‘Zo’, zegt Simone wanneer de liftdeuren opengaan. Het klinkt nog grimmig. De volgende halte is het koffieapparaat in de sluis voor twee bekers zwarte koffie. We lopen vervolgens door het nog lege restaurant naar de tuin en nemen plaats aan het eerste tafeltje in de zon. ‘Heerlijk, heerlijk’, vindt Simone. De landing is verrassend goed.
Ik leg mijn rechterhand op tafel. Simone legt haar linkerhand daar bovenop. Het is vrede. Zo zitten we zeker tien minuten voor ons uit te staren, ik hopend dat er deze morgen geen werkdrukmeting zal plaatsvinden. ‘Het is heerlijk zo’, verbreekt Simone de stilte. ‘Ik… thuis… vroeger… baboe… in Indië. Lopen naar school… warm… heerlijk gewoon. En lief ook. Zo ontzettend lief. Koffie ook, thee ook.’ De kwaliteit van haar gesproken woord mag dan aangetast zijn, de duiding ervan is verre van ingewikkeld. Hier spreekt geluk. Voor mij is instemmend knikken voldoende. ‘Heerlijk’, herhaalt Simone nog maar eens. Na een diepe zucht treedt de stilte weer in. Een kauw komt brutaal op onze tafel zitten. Simone vindt Karel een passende naam voor de ongenode gast. Haar onbedaarlijke lach verbreekt vervolgens de stilte in de tuin. Na drie kwartier verblijf in het aardse paradijs, vindt Simone het mooi geweest. Ze tikt me op mijn schouder en wijst naar de tweede etage. Het toegevoegde woord ‘boven’ laat geen twijfel over de intenties.
Op de afdeling Karel Appel is het ontbijt in volle gang. Simone neemt plaats op haar vaste stoel aan tafel. Ze doet dat op een manier die bij haar tafelgenoten geen enkele ruimte voor ongerustheid laat. Op uitnodiging van Daphne vervolg ik mijn weg om meneer Schep te helpen bij het wassen en aankleden. Dit in de wetenschap dat ik aan nuttige symptoombestrijding gedaan heb. Symptoombestrijding, waar nooit een structureel effect van verwacht mag worden.

Job van Amerongen werkt als ggz-verpleegkundige voor Brentano, een instelling voor ouderenzorg in Amstelveen en als flexkracht voor de dagbesteding voor jonge mensen met dementie van het Zonnehuis, locatie De Luwte, in dezelfde gemeente.
Reageren? j.vanamerongen@brentano.nl
