Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

NextGen Kennis helpt!

Marko Matijevic (34) werkt op een DZEP-afdeling (Dementie en Zeer Ernstig Probleemgedrag). ‘Weten waar gedrag vandaan komt, helpt om te bedenken hoe je het beste kunt reageren.’
Marko Matijevic (34)
© Eigen beeld

‘Al vanaf de eerste ontmoeting trok de dementiezorg mij. Ik was 19 toen ik begon met de opleiding helpende en als flexer op een gesloten intramurale woning ging werken. Ik bleef daar zes jaar lang, terwijl ik ook de opleiding verpleegkunde afrondde. Op mijn werkplek was destijds geregeld sprake van probleemgedrag bij bewoners en ik zag ook het effect daarvan op het team. Ik voelde een drang om daarin te leren, te begrijpen en daardoor te kunnen verbeteren. Het raakte mij om te zien hoe bewoners verdwaald waren in hun ‘zijn’. Het feit dat je een steun en toeverlaat kan zijn voor bewoners maakt dat je hun kwaliteit van leven kan verbeteren.’

De mens blijven zien

‘Vanwege mijn opleiding moest ik naar een nieuwe plek. Ik koos bewust voor de DZEP-afdeling. Op onze DZEP kunnen wij tijdelijk 8 cliënten opvangen. Vaak zijn dit cliënten bij wie de hulpverlening al van alles heeft geprobeerd, maar toch vastloopt. Wij observeren, signaleren en zetten interventies in om het probleemgedrag te begrijpen, te verminderen of te voorkomen. De uitdaging van mijn werk is dat iedereen iets anders nodig heeft. Je hebt te maken met verschillende vormen van dementie en verschillende uitingen in combinatie met levensloop en karakter. Weten waar gedrag vandaan komt helpt om te bedenken hoe je het beste kunt reageren. De impact is vaak groot, zowel voor naasten als voor het begeleidende team. Het helpt mij om degene met dementie te blijven zien als persoon en niet als probleem.

Inmiddels werk ik vier jaar op de DZEP. Als rode lijn zie ik dat cliënten vaak minder goed dynamische (zintuigelijke) prikkels kunnen verdragen. Denk aan beweging, geluid, muziek geuren of bewegende beelden. Ook zien we dat een cliënt zich sterker kan presenteren dan hij is. Cliënten op een reguliere afdeling worden onbedoeld overvraagd en raken overprikkeld. Denk bijvoorbeeld aan open vragen stellen, lange zinnen gebruiken en niet wachten tot de volgende vraag. Het kan gerust tien seconden of meer duren voordat iemand met dementie een prikkel heeft verwerkt. Een veelvoorkomende reactie is irritatie of boosheid. Probeer dan nog maar eens zorg te verlenen. Op de DZEP proberen we de hoeveelheid prikkels af te stemmen op wat iemand aankan. Naast de prikkelarme inrichting van de afdeling kijken we ook bewust naar hoeveel prikkels we tegelijk kunnen aanbieden. Ik heb bijvoorbeeld geleerd om altijd eerst verbaal vanaf de zijkant contact te maken. Pas als ik oogcontact heb gemaakt, kan ik een inschatting maken of ik iemand kan aanraken. Vaak zien we dat het gedrag in de eerste twee weken na aanmelding al minder wordt.’

Regulatie door prikkels

We werken vanuit de sensorische informatieverwerking (SI). Wat mij betreft heeft elke PG-locatie iemand die de SI-opleiding heeft gedaan, omdat deze kennis en invalshoeken van grote meerwaarde kunnen zijn voor de cliënt, naasten en het team. We observeren bijvoorbeeld het effect van tactiele prikkels. Dit zijn alle zintuiglijke indrukken die je opvangt via je huid en tastzin. Het voelen van textuur, temperatuur, pijn of druk geeft je informatie over de wereld om je heen en over je eigen lichaam. Zo was er een meneer die graag zonder schoenen loopt. Zaten zijn schoenen niet lekker, of zocht hij juist huidcontact met de grond om in contact te zijn met zichzelf? Het bleek dat laatste te zijn en daarom lieten we hem bewust met blote voeten belevenistegels (tegels met verschillende structuren) aanraken. Een aanraking of diepe druk zoals een verzwaringsknuffel of deken kan ook helpend zijn. Iemand voelt zijn eigen lichaam dan weer. Dit wordt proprioceptie, of diepe druk stimulatie, genoemd. Als wij zelf gespannen zijn, kunnen we erover praten en een oplossing zoeken. Mensen met dementie kunnen dat vaak minder of helemaal niet meer. Ze zoeken regulatie door op zoek te gaan naar prikkels of een voor hen vervelende prikkel te overstemmen met een tactiele of proprioceptieve prikkel, zoals lopen. Soms is de dementie zo ver gevorderd dat ook onze expertise niet meer helpt. Meestal is iemand dan ook in de laatste levensfase en/of spreekt men van uitzichtloos lijden. Dan wordt bijvoorbeeld gekozen voor palliatieve sedatie. Ik merk aan de betrokkenen dat dit gemoedsrust kan geven. Alles is eraan gedaan en de rust van sterven is gegund.’

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.