Vorige zomer bezochten wij mijn schoonmoeder in Marokko. Zij heeft dementie in een gevorderd stadium. Op een zitbank onder de vijgenboom die haar man zaliger veertig jaar geleden had geplant, ervoer ik een onvergetelijk moment.
Sinds kort maak ik deel uit van de redactie van DementieVisie, heel fijn. Nog fijner is het om dit redactioneel te mogen verzorgen, een beetje spannend ook. Net als ik mij aan het schrijven wil zetten, springen mijn schoonbroer en zijn echtgenote binnen. Ze komen even afscheid nemen voor ze hun reis naar mijn schoonmoeder aanvatten. Zij woont in Marokko en heeft dementie. Ik denk met enige weemoed aan vorige zomer. Toen reisden wij af naar haar. De kinderen en ik waren er toen drie jaar niet geweest. Op heldere momenten vroeg ‘Oma Maroc’ herhaaldelijk naar ons, hoewel ze in een gevorderd stadium van de ziekte zit en nauwelijks kan zien of horen. Ook haar mobiliteit is al lang niet meer om mee uit te pakken. Dat was ooit anders. Toen ze tijdelijk bij ons in Antwerpen woonde, in een lang vervlogen tijd, versleet ze haar schoenen aan haar dagelijkse, lange wandelingen. ‘Oma Maroc’ knuffelt haar familie altijd zo intens dat de ribben van de ‘geknuffelde’ het zonder enige aarzeling kunnen navertellen. Het is haar handelsmerk. Daarin verschuilt het verdriet om de fysieke afstand tussen haar en haar kinderen en hun gezinnen.
Het was heerlijk om terug bij haar te zijn, hoewel ‘Oma Maroc’ veel sliep. Ze rolde zich dan helemaal op, het liefst in een warme deken. Het kostte een enorme inspanning en daarbovenop een overweldigende overtuigingskracht om haar mee naar buiten te krijgen. Naar haar lievelingsplekje. Dat bevond zich op het landgoed rondom het ouderlijk huis. Een zitbank met zachte kussens onder een vijgenboom. De vijgenboom die haar man zaliger veertig jaar geleden eigenhandig de grond in had geboord. Het is de plaats waar ze al jaren haar familie opwachtte, haar vreugde vierde, haar verdriet verwerkte en waar ze kon mijmeren over weleer.
Op die plek ervoer ik vorige zomer een onvergetelijk moment. Hoewel ze niemand meer herkende en meestal niet begreep waar ze was, bracht de geur van de verse vijgen haar tot rust. Wanneer ik haar hand beetnam en haar aansprak met een koosnaam die alleen ik voor haar gebruik, gebeurde er iets fantastisch, iets magisch. Ze liet haar wandelstok vallen, wees theatraal met haar wijsvinger naar haar oor en riep mijn naam. Eerst overtuigd en luid, nadien aarzelend en zachtjes. Een opflakkering! Tot groot jolijt van mijn man, haar zoon, hoorden wij haar terugkeren naar de tijd dat ze bij ons woonde. Ze vertelde honderduit. Kippenvel! Amper vijf minuten later herinnerde ze zich niet meer wie we waren en wilde ze naar huis, naar haar vader. Eenmaal terug in haar bed, lachte ze breed en begon ze tevreden liedjes uit haar kindertijd te neuriën.
Het was een vreedzaam tafereel, een beeld om te koesteren. Een herinnering aan een vrouw die bekend stond om haar zelfstandigheid en haar kracht, maar vooral geroemd werd om haar kookkunsten en haar onwaarschijnlijke gastvrijheid. Niet lang daarna zat onze vakantie erop, het was tijd om afscheid te nemen. Hoewel ze ons niet herkende omarmde ze ons krampachtig en stevig, opnieuw kregen onze ribben het benauwd. Pijn en verdriet typeerden ons vertrek. Niettemin overheerste er dankbaarheid. Diepe dankbaarheid omdat het hart onthoudt wat het hoofd al lang vergeten is….
Malika El-Jafoufi is redacteur van DementieVisie en dementiedeskundige bij Expertisecentrum dementie Orion